pronoun
deze, deze ene
B1
„dieser” is een aanwijzend voornaamwoord/bijvoeglijk naamwoord: „deze/die, deze ene”. Het wordt verbogen naar geslacht, naamval en getal: dieser, diese, dieses enz. Het kan vóór een zelfstandig naamwoord staan of het zelfstandig gebruiken. Let goed op de congruentie.
Voorbeelden
Dieser ist mein Bruder.
Deze is mijn broer.
Der Richter betonte, dass dieser Beweis wichtig war, doch das Urteil wurde später angefochten.
De rechter benadrukte dat dit bewijs belangrijk was, maar het vonnis werd later aangevochten.
Details
Ezelsbruggetjes
Wijs naar een man en noem hem in gedachten ‘dieser’.
Klinkt een beetje als ‘dear sir’ — stel je voor dat je naar een man wijst en ‘deze’ zegt.
Mannelijk hoort bij ‘der’ — beide beginnen met ‘d’, dus denk: ‘der’ → ‘dieser’.
Opmerkingen
Aanwijzend voornaamwoord voor mannelijke verwijzingen; kan ook attributief worden gebruikt (dieser Mann) als determiner.