Vortrag

noun
lezing, voordracht, presentatie
B1

Vortrag is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „lezing”, „voordracht” of „presentatie”, meestal in een formele of academische context. Meervoud: Vorträge. Veelgebruikte combinatie: einen Vortrag halten = een lezing houden. Vaak gebruikt op universiteit, congres of bijeenkomst.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Ich halte einen Vortrag.
Ik geef een presentatie.
Der Professor hielt einen Vortrag über deutsche Geschichte.
De professor hield een lezing over de Duitse geschiedenis.
Während des Vortrags beantwortete die Referentin Fragen, die Zuschauer zuvor schrieben.
Tijdens de lezing beantwoordde de spreekster vragen die het publiek eerder had geschreven.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALVorträge

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativeder Vortragdie Vorträge
genitivedes Vortragsder Vorträge
dativedem Vortragden Vorträgen
accusativeden Vortragdie Vorträge

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een podium voor met een spreker die een Vortrag geeft aan een publiek en een projector erachter.
👂Klinkt als «for-trahg» — denk aan «for-talk» als een openbare lezing of voordracht.
⚧️der — stel je een mannelijke professor voor die de lezing geeft om het mannelijke geslacht te onthouden.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

«Vortrag» verwijst meestal naar een voorbereide toespraak of academische lezing. Het kan formeel (academisch) of algemener (een voordracht) zijn. Veelvoorkomende combinatie: «einen Vortrag halten» (een lezing/voordracht geven).

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS