noun
professor
B1
Professor is een mannelijk Duits zelfstandig naamwoord en betekent ‘professor’ of ‘hoogleraar’, ook als academische titel. Vrouwelijke vorm: Professorin. Meervoud: Professoren. Het is een zwak zelfstandig naamwoord: genitief enkelvoud des Professors, datief meervoud den Professoren.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Studierenden fragten den Professor um Rat, nachdem mehrere Prüfungen gleichzeitig angesetzt worden waren.
De studenten vroegen de professor om advies nadat meerdere examens tegelijk waren gepland.
Der Professor erklärt den Studenten das Experiment.
De professor legt het experiment uit aan de studenten.
Der Professor hält eine Vorlesung über die Geschichte des Mittelalters.
De professor geeft een lezing over de geschiedenis van de middeleeuwen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een man in academische toga voor aan een katheder, die college geeft aan studenten.
professor → «profess» + «sir» — stel je een «sir» voor die kennis verkondigt.
der = mannelijk; stel je «der» voor als «dude» (man) met een stropdas.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt vaak gebruikt voor docenten op universitair niveau. Het meervoud is Professoren. De vrouwelijke vorm is Professorin.