verb
fotograferen, een foto maken, op de foto zetten
A2
photographieren betekent ‘fotograferen, een foto maken’. Het is een regelmatig, niet-scheidbaar en niet-reflexief werkwoord. Het perfect wordt gevormd met haben: hat photographiert; voltooid deelwoord: photographiert. Gebruikelijk bij foto’s en opnames.
Voorbeelden
Ich fotografiere gerne.
Ik maak graag foto's.
Er fotografierte die Landschaft.
Hij fotografeerde het landschap.
Der Tourist photographierte die Altstadt, während die Begleiterin die Karte studierte.
De toerist fotografeerde de oude stad terwijl de begeleidster de kaart bestudeerde.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een cameralens voor die klikt om een foto vast te leggen.
Zoals Engels ‘photograph’, maar dan met -ieren.
Opmerkingen
Alternatieve gebruikelijke spelling: « fotografieren ». Voltooid deelwoord en vervoeging volgen de regelmatige -ieren-patronen.