ordnen

verb
ordenen, schikken, sorteren
B1

ordnen betekent ‘ordenen’, ‘rangschikken’ of ‘op orde brengen’. Het is een regelmatig werkwoord, niet scheidbaar en niet wederkerig. Voltooid deelwoord: geordnet; hulpwerkwoord: haben. Je gebruikt het voor spullen, dossiers, gedachten of situaties: die Akten ordnen.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Ich ordne die Dokumente im Büro.
Ik orden de documenten op kantoor.
Sie ordnete die Dokumente.
Ze ordende de documenten.
Die Sekretärin ordnete die Unterlagen, damit der Direktor die Informationen schnell finden konnte.
De secretaresse ordende de documenten zodat de directeur de informatie snel kon vinden.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.AUXILIARYhaben
VOCABULARY.DETAILS.SEPARABLEVOCABULARY.DETAILS.NO
VOCABULARY.DETAILS.REGULARVOCABULARY.DETAILS.YES
VOCABULARY.DETAILS.VERB_TYPEweak

VOCABULARY.DETAILS.PRINCIPAL_FORMS

Präsens (3. Sg.)er/sie/es ordnet
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es ordnete
Perfekter/sie/es hat geordnet

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je voor dat je dossiers in een nette stapel legt — 'ordnen' = ordenen.
👂Klinkt als het Engelse 'order', wat helpt om 'ordnen' = ordenen / op orde brengen te onthouden.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Een regelmatig zwak werkwoord dat wordt gebruikt om dingen te ordenen, rangschikken of sorteren. Het is niet scheidbaar en gebruikt 'haben' in de voltooide tijden.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS

ichordne
duordnest
er/sie/esordnet
wirordnen
ihrordnet
sie/Sieordnen
ichwerde geordnet
duwirst geordnet
er/sie/eswird geordnet
wirwerden geordnet
ihrwerdet geordnet
sie/Siewerden geordnet
ichordne
duordnest
er/sie/esordne
wirordnen
ihrordnet
sie/Sieordnen
ichwerde geordnet
duwerdest geordnet
er/sie/eswerde geordnet
wirwerden geordnet
ihrwerdet geordnet
sie/Siewerden geordnet
ichwürde ordnen
duwürdest ordnen
er/sie/eswürde ordnen
wirwürden ordnen
ihrwürdet ordnen
sie/Siewürden ordnen
ichwürde geordnet werden
duwürdest geordnet werden
er/sie/eswürde geordnet werden
wirwürden geordnet werden
ihrwürdet geordnet werden
sie/Siewürden geordnet werden
duordne
ihrordnet
Sieordnen