verb
voelen, ervaren
A2
fühlen betekent ‘voelen’, ‘waarnemen’ of ‘ervaren’, zowel lichamelijk als emotioneel. Het is een regelmatig zwak werkwoord: hat gefühlt. Niet scheidbaar. Vaak zie je ook zich voelen voor iemands toestand: sich gut fühlen.
Voorbeelden
Ich habe mich besser gefühlt.
Ik voelde me beter.
Während der langen Sitzung fühlte er sich müde, obwohl er vorher Kaffee trank.
Tijdens de lange vergadering voelde hij zich moe, hoewel hij daarvoor koffie had gedronken.
Er fühlte sich krank.
Hij voelde zich ziek.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je een hete kop aanraakt en meteen de warmte op je hand voelt
Klinkt als Engels 'feel' met een umlaut — denk 'fewl' → feel
Opmerkingen
Regelmatig zwak werkwoord. Vaak gebruikt voor zowel lichamelijke gewaarwording als emotionele indrukken.