fühlen

verb
voelen, ervaren
A2

fühlen betekent ‘voelen’, ‘waarnemen’ of ‘ervaren’, zowel lichamelijk als emotioneel. Het is een regelmatig zwak werkwoord: hat gefühlt. Niet scheidbaar. Vaak zie je ook zich voelen voor iemands toestand: sich gut fühlen.

Voorbeelden

Ich habe mich besser gefühlt.
Ik voelde me beter.
Während der langen Sitzung fühlte er sich müde, obwohl er vorher Kaffee trank.
Tijdens de lange vergadering voelde hij zich moe, hoewel hij daarvoor koffie had gedronken.
Er fühlte sich krank.
Hij voelde zich ziek.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es fühlt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es fühlte
Perfekter/sie/es hat gefühlt

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voor dat je een hete kop aanraakt en meteen de warmte op je hand voelt
👂Klinkt als Engels 'feel' met een umlaut — denk 'fewl' → feel

Opmerkingen

Regelmatig zwak werkwoord. Vaak gebruikt voor zowel lichamelijke gewaarwording als emotionele indrukken.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek

ichfühle
dufühlst
er/sie/esfühlt
wirfühlen
ihrfühlt
sie/Siefühlen
ichwerde gefühlt
duwirst gefühlt
er/sie/eswird gefühlt
wirwerden gefühlt
ihrwerdet gefühlt
sie/Siewerden gefühlt
ichfühle
dufühlest
er/sie/esfühle
wirfühlen
ihrfühlet
sie/Siefühlen
ichwerde gefühlt
duwerdest gefühlt
er/sie/eswerde gefühlt
wirwerden gefühlt
ihrwerdet gefühlt
sie/Siewerden gefühlt
ichfühlte
dufühltest
er/sie/esfühlte
wirfühlten
ihrfühltet
sie/Siefühlten
ichwürde gefühlt
duwürdest gefühlt
er/sie/eswürde gefühlt
wirwürden gefühlt
ihrwürdet gefühlt
sie/Siewürden gefühlt
dufühle/fühl
ihrfühlt
Siefühlen