Dialekt

noun
dialect, regionale variant
B1

Dialekt is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Dialekt, meervoud die Dialekte. Het betekent een regionale taalvariant met eigen uitspraak, woordenschat en soms grammatica. Regelmatige verbuiging. Handig om regionale taalverschillen te beschrijven.

Voorbeelden

Er spricht einen starken Dialekt.
Hij spreekt met een sterk dialect.
Der regionale Dialekt unterscheidet sich deutlich von der Standardsprache.
Het regionale dialect verschilt duidelijk van de standaardtaal.
Als der Forscher den Dialekt untersuchte, bemerkte er viele regionale Unterschiede, die er später in einem Artikel beschrieb.
Toen de onderzoeker het dialect bestudeerde, merkte hij veel regionale verschillen op, die hij later in een artikel beschreef.

Details

MeervoudDialekte

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Dialektdie Dialekte
genitivedes Dialektsder Dialekte
dativedem Dialektden Dialekten
accusativeden Dialektdie Dialekte

Ezelsbruggetjes

👁️Imaginez une carte avec différentes bulles de parole colorées montrant des Dialekte régionaux.
⚧️Masculin : imaginez un locuteur masculin (« der ») parlant fièrement son dialecte local.

Opmerkingen

Dialekt désigne des variétés linguistiques régionales ; il est courant dans les contextes sociolinguistiques et culturels. L’orthographe et les formes du génitif peuvent varier (Dialekts/Dialektes).

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek