A1.1Vertelling

Boodschappen doen in de supermarkt

Einkaufen im Supermarkt

Lia gaat naar de supermarkt om melk en brood te kopen. De winkel is groot. Ze vindt de melk in het gekoelde gedeelte en pakt een pak, daarna vindt ze het brood naast de broodjes en kiest een brood. Nadat ze haar spullen heeft gepakt, gaat ze naar de kassa, betaalt en zegt dank je wel.

0:00 / 0:00

Verhaal

Lia geht in den Supermarkt.

Sie braucht Milch und Brot.

Der Supermarkt ist groß.

Lia findet die Milch im Kühlregal.

Sie nimmt eine Packung Milch.

Dann sucht sie das Brot.

Das Brot ist neben den Brötchen.

Lia nimmt ein Brot.

Sie geht zur Kasse und bezahlt.

Danke schön.

Uitgelichte grammatica

Begripsquiz