B1

Voltooid verleden tijd (Plusquamperfekt) — Het verleden vóór het verleden 🦖🦕

De Plusquamperfekt beschrijft een actie die plaatsvond vóór een andere actie in het verleden. De structuur is hetzelfde als de normale Perfekt, maar het hulpwerkwoord ('haben/sein') staat in de verleden tijd (hatte/war).

Infographic die de Duitse Voltooid Verleden Tijd (Plusquamperfekt) beschrijft voor gebeurtenissen vóór het verleden.

Welkom in het tijdperk van de dinosauriërs onder de werkwoordstijden. De Plusquamperfekt beschrijft iets dat gebeurde vóór een andere gebeurtenis in het verleden.

Voorbeeld:
"Toen ik op het feestje aankwam (Verleden tijd), was de pizza al opgegeten (Voltooid verleden tijd)."

De Formule 🧪🇳🇱

Het werkt precies zoals de Voltooid tegenwoordige tijd (Perfekt), maar je zet het hulpwerkwoord (haben/sein) in de verleden tijd (hatte/war). Dit is exact hetzelfde als in het Nederlands!

hatte / war + ... + Voltooid deelwoord

  • Perfekt: Ich habe gegessen. (Ik heb gegeten).
  • Plusquamperfekt: Ich hatte gegessen. (Ik had gegeten).

Voorbeelden in actie 🎬

Met "Haben"-werkwoorden

  • Als ich ankam, hatten sie den Film schon gesehen.
  • (Toen ik aankwam, hadden ze de film al gezien).

Met "Sein"-werkwoorden

  • Nachdem er aufgestanden war, putzte er sich die Zähne.
  • (Nadat hij was opgestaan, poetste hij zijn tanden).
  • Aufstehen is een beweging/verandering, dus we gebruiken war (was), niet hatte.

Wanneer heb ik dit echt nodig? 🇳🇱

Eerlijk gezegd? Niet zo vaak. Je ziet het vooral in verhalen of in specifieke "Nadat X gebeurde, gebeurde Y" structuren (Nachdem...).
In het dagelijks leven zijn Duitsers (net als wij Nederlanders) vaak een beetje lui en gebruiken ze gewoon de normale voltooid tegenwoordige tijd voor alles.

  • Nadat ik gegeten heb, ben ik gegaan. (Eigenlijk: gegeten had).

Maar voor examens (B1/B2 niveau) moet je natuurlijk laten zien dat je het verschil wel kent!

Samenvattende tabel 📋🇳🇱

Tijd Hulpwerkwoord Deelwoord Betekenis
Perfekt habe / ist gemacht Ik heb gedaan
Plusquamperfekt hatte / war gemacht Ik had gedaan

Signaalwoorden 🚦

Wanneer gebruik je de voltooid verleden tijd? Let op deze tijdsaanduidingen:

  • Nachdem (Nadat): Nachdem er gegessen hatte, ging er. (Nadat hij had gegeten, ging hij).
  • Bevor (Voordat): Bevor er ging, hatte er gegessen. (Voordat hij ging, had hij gegeten).

Zie ook...