verb
voorstellen, introduceren, zich voorstellen
A1
‘vorstellen’ heeft twee hoofdbetekenissen: iemand voorstellen en zich iets voorstellen. Het is een scheidbaar werkwoord: ‘stellen vor’. Zonder wederkerig voornaamwoord betekent het ‘introduceren’; met ‘sich vorstellen’ betekent het ‘zich voorstellen’ of ‘zich iets voorstellen’. Voltooid deelwoord: ‘vorgestellt’.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich stelle meine Freundin vor.
Ik stel mijn vriendin voor.
Ich stelle mich vor.
Ik stel me voor.
Ich kann mir das nicht vorstellen.
Ik kan me dat niet voorstellen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je iemand (stellen) vóór (vor) een groep zet om die persoon voor te stellen.
vor-stellen = ‘voor’ + ‘stellen’ (plaatsen), iemand ‘voor’ zetten om hem voor te stellen.
niet van toepassing
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
« vorststellen » is scheidbaar in de persoonsvormen (ich stelle ... vor). Reflexief gebruik (sich vorstellen) betekent vaak ‘zich voorstellen’ of ‘zich iets voorstellen’ (iets imagineren).