verb
zien
A1
sehen betekent „zien” of „waarnemen met de ogen”. Het is een sterk, onregelmatig werkwoord: Präteritum sah, voltooid deelwoord gesehen. In de voltooide tijd gebruikt het haben. Het is niet wederkerig en niet scheidbaar. Imperatief: sieh! / seht!
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Kannst du das sehen?
Kun je dat zien?
Ich sehe einen Film.
Ik kijk een film.
Er sah einen Vogel.
Hij zag een vogel.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je ogen voor die ‘seh!’ zeggen wanneer ze iets opmerken.
Klinkt een beetje als Engels ‘seen’ (verleden tijd van see).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Sterk werkwoord: sah — gesehen. Konjunktiv II: sähe. Opmerking: Konjunktiv I in de onvoltooid verleden tijd (Präteritum) en veel subtypes van Konjunktiv I in verleden/perfect worden doorgaans niet gebruikt; die specifieke vormen van de onvoltooid verleden tijd/plusquamperfectum van Konjunktiv I zijn gemarkeerd als ‘niet van toepassing’.