Rede

noun
toespraak, rede, praatje, spraak
B1

Rede is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent „toespraak”, „rede” of „spraak”. Meervoud: Reden. Vaak gebruikt in de uitdrukking eine Rede halten = een toespraak houden. Het woord past bij formele, publieke of politieke situaties, maar kan ook gewoon een mondelinge bijdrage betekenen.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Vor der Sitzung las der Sekretär die Rede, damit die Teilnehmer vorbereitet waren.
Voor de vergadering las de secretaris de toespraak voor, zodat de deelnemers voorbereid waren.
Die Rede des Präsidenten war inspirierend.
De toespraak van de president was inspirerend.
Seine Rede dauerte nur fünf Minuten.
Zijn toespraak duurde maar vijf minuten.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALReden

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedie Rededie Reden
genitiveder Rededer Reden
dativeder Rededen Reden
accusativedie Rededie Reden

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je iemand voor op een podium die een toespraak houdt.
👂Klinkt als het Engelse «ready», maar dan met een R ervoor — denk aan iemand die klaar is om te spreken.
⚧️die → stel je een vrouwelijke spreker voor die de «Rede» geeft (die Rede).

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Veelvoorkomende combinaties: «eine Rede halten» (een toespraak houden), «die Rede ist von...» (het gaat over...). Meervoud is «Reden».

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS