noun
vrouwelijke niet-roker
B1
Nichtraucherin betekent ‘vrouwelijke niet-roker’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Nichtraucherin, meervoud Nichtraucherinnen. Gevormd met het achtervoegsel -in; de mannelijke vorm is Nichtraucher. Verbuiging: der Nichtraucherin. Vaak op formulieren en borden.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Verein ehrte eine langjährige Nichtraucherin, weil sie fünf Jahre keine Zigaretten rauchte.
De club eerde een vrouw die al jarenlang niet rookt, omdat zij vijf jaar lang geen sigaretten had gerookt.
Sie ist überzeugte Nichtraucherin.
Ze is een overtuigde niet-roker.
Die Nichtraucherin bestellt einen Tee im Café.
De niet-rokende vrouw bestelt een thee in het café.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een vrouw voor naast een 'niet roken'-bord met het label 'Nichtraucherin'.
Dezelfde stam als 'Nichtraucher' met de vrouwelijke uitgang '-in' — denk: 'Nichtraucher' + 'in' = vrouwelijke niet-roker.
die = vrouwelijke vormen eindigen op '-in' en krijgen 'die' (die Nichtraucherin).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Vrouwelijke tegenhanger van 'Nichtraucher'. Meervoud is 'Nichtraucherinnen'.