noun
natuur
A2
Natur is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘natuur’. Het is meestal niet-telbaar en staat gewoonlijk in het enkelvoud: die Natur. Het meervoud Naturen komt zelden voor en alleen in speciale betekenissen.
Voorbeelden
Der Ranger erklärte, dass die Besucher die Natur achten sollten, obwohl viele Regeln schwer zu verstehen waren.
De boswachter legde uit dat bezoekers de natuur moesten respecteren, hoewel veel regels moeilijk te begrijpen waren.
Wir machen am Wochenende einen Ausflug in die Natur.
We gaan dit weekend een uitstapje maken in de natuur.
Ich liebe die Natur.
Ik hou van de natuur.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een breed groen landschap voor met bomen en dieren.
Klinkt als het Engelse «nature» — dezelfde betekenis.
Stel je een park vol wilde bloemen voor: die (vrouwelijk) Natur.
Opmerkingen
Verwijst naar de natuurlijke wereld, het milieu. Vaak gebruikt in contexten over natuurbehoud en buitenactiviteiten. Meestal niet-telbaar; het meervoud «Naturen» is mogelijk in speciale contexten (verschillende soorten natuur), maar ongebruikelijk.