noun
jongen, knul
A1
Junge betekent „jongen” of „jonge knaap”. Mannelijk: der Junge. Het is een zwak zelfstandig naamwoord, dus in verbogen vormen krijgt het -n/-en: den Jungen, dem Jungen. Meervoud: die Jungen. Veelgebruikt voor een jongen of tiener.
Voorbeelden
Der Junge spielt im Garten.
De jongen speelt in de tuin.
Der Lehrer lobte den Jungen, weil dieser die schwierige Aufgabe schnell löste.
De leraar prees de jongen omdat hij de moeilijke opdracht snel oploste.
Der Junge spielt mit seinem Ball im Park.
De jongen speelt met zijn bal in het park.
Details
Ezelsbruggetjes
stel je een kleine jongen voor met een label ‘der Junge’ om het mannelijke geslacht te onthouden
denk aan Engels ‘young’ -> ‘Junge’ (jongen) om jeugd te onthouden
Opmerkingen
Zwak zelfstandig naamwoord (krijgt in veel gevallen -n in enkelvoud en meervoud).