A1

Ontkenning — Nee zeggen 🙅‍♂️🛑

Duits gebruikt twee belangrijke woorden voor ontkenning: nicht en kein. Gebruik 'kein' om naamwoorden te ontkennen die een onbepaald lidwoord (ein/eine) of geen lidwoord hebben. Gebruik 'nicht' voor al het andere: specifieke naamwoorden, werkwoorden of bijvoeglijk naamwoorden.

Infographic die 'Nicht' vergelijkt met 'Kein' voor ontkenning in Duitse zinnen.

Nee kunnen zeggen is een van de belangrijkste vaardigheden in het leven. In het Duits hebben we daar twee woorden voor: Nicht en Kein.

Geweldig nieuws: Dit werkt precies hetzelfde als in het Nederlands!

1. Kein (Voor zelfstandig naamwoorden) 🚫📦🇳🇱

Gebruik Kein wanneer je een zelfstandig naamwoord ontkent. Dit is onze "geen". Je kunt Kein zien als "k + ein" (Geen een).

  • Hast du ein Auto? -> Nein, ich habe kein Auto. (Ik heb geen auto).
  • Ist das eine Katze? -> Nein, das ist keine Katze. (Dat is geen kat).
  • Ich habe Hunger. -> Ich habe keinen Hunger. (Ik heb geen honger).

[!TIP]
De K-Regel:
Als je in het Nederlands "geen" kunt gebruiken, gebruik je in het Duits Kein.
"Ik heb geen idee" -> Keine Ahnung.

2. Nicht (Voor al het andere) ⛔🇳🇱

Gebruik Nicht (niet) voor:

  1. Werkwoorden: Ich schlafe nicht. (Ik slaap niet).
  2. Bijvoeglijk naamwoorden: Das Auto ist nicht rot. (De auto is niet rood).
  3. Namen: Das ist nicht Thomas.
  4. Bezit: Das ist nicht mein Auto. (Dat is niet mijn auto).
  5. Bepaalde lidwoorden: Ich mag nicht den Film. (Ik hou niet van déze film).

De positie van "Nicht" 📍🇳🇱

Waar zet je dat woordje "nicht" neer? Ook dit lijkt erg op het Nederlands.

Regel A: Aan het einde van de zin

Als je het hele werkwoord/de hele actie ontkent.

  • Ich kaufe das Auto nicht. (Ik koop de auto niet).
  • Ich liebe dich nicht. (Ik hou niet van je).

Regel B: Vóór het woord dat je ontkent

Bij bijvoeglijk naamwoorden of specifieke details.

  • Ich bin nicht müde. (Ik ben niet moe).
  • Ich wohne nicht in Berlin. (Ik woon niet in Berlijn).

Samenvatting 📋

Context Woord Voorbeeld
Naamwoord (onbepaald) Kein Ich habe kein Geld. (geen)
Werkwoord Nicht Ich rauche nicht. (niet)
Bijv. naamwoord Nicht Er ist nicht snel. (niet)
Naam / "De/Het" Nicht Das ist niet de Chef. (niet)

Zie ook...

  • Lidwoorden — De uitgangen van Kein zijn hetzelfde als die van Ein.
🎯

Klaar om te oefenen?

Practice word order with scrambled sentences!

Start quiz