B1

Infinitiefzinnen (zu) — De "Te" Zone 🏗️🇳🇱

Infinitiefzinnen gebruiken 'zu' + hele werkwoord (bijv. Ich habe Lust, ins Kino zu gehen). Ze fungeren als bijzinnen, maar omdat het werkwoord in de basisvorm staat, is er geen onderwerp in dit deel van de zin.

Infographic die Duitse infinitiefzinnen met 'zu' toont, waarmee zinnen worden uitgebreid zonder een onderwerp.

In het Nederlands: "Ik heb zin om te slapen."
In het Duits: "Ich habe Lust, zu schlafen."

Dit is een vereenvoudigde bijzin. Er is geen eigen onderwerp (omdat het onderwerp hetzelfde blijft). De structuur is: zu + hele werkwoord aan het aller-EINDE.

Geweldig nieuws: Dit werkt in het Duits precies zoals in het Nederlands!

Wanneer gebruik je "zu"?

De meeste werkwoorden hebben zu nodig als je er een tweede werkwoord aan koppelt.

  • Ich versuche, das Auto zu reparieren. (Ik probeer de auto te repareren).
  • Es ist verboten, hier zu rauchen. (Het is verboden hier te roken).

Uitzondering: Geen "Zu" 🚫🇳🇱

Gebruik GEEN zu bij:

  1. Modale hulpwerkwoorden: Ich will gehen. (Ik wil gaan - niet "te gaan").
  2. Konjunktiv II (würde): Ich würde gehen.
  3. Toekomst (werden): Ich werde gehen.
  4. Bewegingswerkwoorden: Ich gehe schwimmen. (Ik ga zwemmen).
  5. Waarnemingswerkwoorden: Ich höre ihn singen. (Ik hoor hem zingen).

Scheidbare werkwoorden ("Abzuholen") 🧩🇳🇱

Als het werkwoord scheidbaar is (abholen, aufstehen), springt het woordje zu er middenin! Dit doen we in het Nederlands ook.

  • Ich vergesse, dich abzuholen. (ab-zu-holen / op-te-halen).
  • Ich versuche, aufzustehen. (auf-zu-stehen / op-te-staan).

Um... zu (Om... te) 🎯🇳🇱

Om een doel uit te drukken ("om ... te"), gebruik je um... zu.

  • Ich lerne Deutsch, um in Berlin zu arbeiten.
  • (Ik leer Duits om in Berlijn te werken).

Zie ook...