A1

Nominatief (1e Naamval) — Het Onderwerp 👑

De Nominatief is de basisvorm van een woord en vertegenwoordigt het onderwerp van de zin—de persoon of het ding dat de actie uitvoert. Het is de vorm die je in het woordenboek vindt: der Mann, die Frau, das Kind. Gebruik deze naamval ook na het werkwoord 'sein' (zijn).

Infographic die de Duitse Nominatief definieert als het onderwerp van de zin met voorbeelden van lidwoorden.

Het Duits heeft vier naamvallen: Nominatief, Accusatief, Datief, en Genitief.
Vandaag beginnen we met de makkelijkste: de Nominatief.

Wat is het? 🤷‍♂️🇳🇱

De Nominatief is het Onderwerp van de zin. Het is de persoon of het ding dat de actie uitvoert.
Het is ook de "standaardvorm" van een woord. Als je een woord opzoekt in het woordenboek, staat het in de Nominatief.

  • Der Mann schläft. (De man slaapt).
  • Die Frau lacht. (De vrouw lacht).
  • Das Kind speelt. (Het kind speelt).

In deze zinnen zijn de man, de vrouw en het kind de sterren van de show. Zij zijn het onderwerp.

De lidwoorden in de Nominatief 📋

Dit is je basisoverzicht.

Geslacht Bepaald (De/Het) Onbepaald (Een)
Mannelijk der Mann ein Mann
Vrouwelijk die Frau eine Frau
Onzijdig das Kind ein Kind
Meervoud die Kinder - Kinder

Het speciale geval: "Sein" (Zijn) 🪞🇳🇱

Het werkwoord sein (zijn) werkt als een is-gelijk-teken (=). Het koppelt twee dingen aan elkaar zonder dat er een lijdend voorwerp is. Daarom staan BEIDE KANTEN van de zin in de Nominatief.

  • Er ist ein guter Freund. (Hij = een goede vriend).
  • Das ist der Tisch. (Dat = de tafel).

[!WARNING]
In het Nederlands zeggen we vaak: "Het is hem". In het Duits mag dat absoluut niet! Je moet de Nominatief gebruiken (het onderwerp).

  • Das ist er. (Dat is hij).

Persoonlijke voornaamwoorden (Nominatief)

Deze ken je waarschijnlijk al:

  • ich, du, er, sie, es, wir, ihr, sie

Wanneer gebruik ik het NIET?

Zodra er iets met een voorwerp gebeurt, verandert de naamval.

  • Der Mann isst den Apfel.
  • De man is Nominatief (Onderwerp - degene die eet).
  • De appel doet zelf niets; de appel wordt opgegeten. Daarom verandert 'der Apfel' naar de Accusatief (4e naamval).

Wist je dat? 🤓🇳🇱

In het Nederlands hebben we ook nog naamvallen bij onze voornaamwoorden!
Kijk maar:

  • Ik zie hem. (Onderwerp / Nominatief).
  • Hij ziet mij. (Lijdend voorwerp / Accusatief).
    Je zou nooit zeggen: "Mij ziet hij". Je hersenen weten instinctief welk woord in welke vorm moet. Het Duits past deze logica gewoon ook toe op gewone woorden (Der Mann vs Den Mann), niet alleen op voornaamwoorden.

Zie ook...

🎯

Klaar om te oefenen?

Practice your case endings now!

Start quiz