A1

Voornaamwoorden (Pronomen) β€” De Plaatsvervangers πŸ‘―

Voornaamwoorden vervangen zelfstandig naamwoorden om herhaling te voorkomen. Of ze nu persoonlijk (ich/du) of bezittelijk (mein/dein) zijn, de uitgang past zich aan het geslacht en de naamval van het woord dat ze vervangen.

Infographic die de Duitse voornaamwoorden (Pronomen) introduceert als vervangers voor zelfstandig naamwoorden in zinnen.

Voornaamwoorden zijn woorden die in de plaats staan van een zelfstandig naamwoord.
In plaats van te zeggen "Peter geeft de hond van Peter aan de vader van Peter", zeg je: "Hij geeft zijn hond aan hem."

1. Persoonlijke voornaamwoorden (De hoofdrolspelers) 🎭

  • ich, du, er, sie, es, wir, ihr, sie.
  • "Er liebt sie." (Hij houdt van haar).

2. Bezittelijke voornaamwoorden (De eigenaars) πŸ”‘

  • mein, dein, sein, ihr...
  • "Das ist mein Haus." (Dat is mijn huis).

3. Wederkerende voornaamwoorden (De spiegel) πŸͺž

  • mich, dich, sich...
  • "Ich wasche mich." (Ik was me/mijzelf).

4. Betrekkelijke voornaamwoorden (De verbinders) πŸ”—

  • der, die, das... (in een bijzin).
  • "Der Mann, der hier wohnt." (De man die hier woont). -> Let op: in het Duits gebruik je vaak het lidwoord (der/die/das) als betrekkelijk voornaamwoord.

5. Onbepaalde voornaamwoorden (De vage types) πŸ‘»

  • jemand, niemand, etwas...
  • "Jemand hat meinen Kuchen gegessen!" (Iemand heeft mijn taart opgegeten!).

Waarom zijn ze lastig?

Omdat je de juiste vorm moet kiezen uit een 'matrix' van:

  1. Persoon: (1e, 2e of 3e persoon)
  2. Geslacht: (Mannelijk, Vrouwelijk of Onzijdig)
  3. Naamval: (Nom, Acc of Dat)

πŸ‘‰ Meer weten?: Ga naar het Overzicht Voornaamwoorden voor alle tabellen.

6. U of Jij? (De beleefdheidsvorm) πŸŽ©πŸ‡³πŸ‡±

Net als in het Nederlands heeft het Duits twee vormen voor "jij":

  1. Du: Informeel. Voor vrienden, familie en kinderen. (Onze "jij").
  2. Sie: Formeel. Voor vreemden, bazen, leraren en agenten. (Onze "U").

Belangrijk:

  • De beleefdheidsvorm Sie wordt altijd met een Hoofdletter geschreven.
  • sie (met kleine letter) betekent "zij" (enkelvoud) of "zij" (meervoud).
  • De uitgang van het werkwoord helpt je om het verschil te zien:
    • Sie kommen. (U komt / Zij komen).
    • Sie kommt. (Zij komt).

Zie ook...