Deelwoorden — Fietsen worden bijvoeglijke naamwoorden 🔄
Het tegenwoordig deelwoord (Partizip I) eindigt op -d en is actief (lachend). Het voltooid deelwoord (Partizip II) is de 'ge-vorm' en is meestal passief (gekocht). Beide kunnen voor een zelfstandig naamwoord staan en krijgen dan normale adjectiefuitgangen.

Wist je dat elk werkwoord in het Duits stiekem een bijvoeglijk naamwoord is dat wacht om gebruikt te worden? Het is als een goocheltruc: je neemt een actie (laufen - rennen) en verandert het in een beschrijving (laufend - rennend).
Dit is superhandig omdat je hiermee dingen kunt beschrijven door te kijken naar wat ze doen of wat er met ze is gebeurd.
1. Tegenwoordig deelwoord (Partizip I) — De actieve vorm 🏃
Hoe vorm je het: Neem de infinitief (machen, gehen) en voeg een -d toe. Net als in het Nederlands!
- lachen ➔ lachend
- rennen ➔ rennend
Wat betekent het: Iets is deze actie nu actief aan het doen.
Voorbeelden
- Das lachende Kind. (Het lachende kind - Het kind lacht nu).
- Der bellende Hund. (De blaffende hond).
- Die aufgehende Sonne. (De opkomende zon).
[!NOTE]
Let op de uitgangen: Zodra het een bijvoeglijk naamwoord wordt (lachend), moet je de normale adjectiefuitgangen (-e, -en, -er) toevoegen, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord!
- Ein lachendes Kind (Een lachend kind).
2. Voltooid deelwoord (Partizip II) — De passieve vorm 🍳
Hoe vorm je het: Dit is de standaard "ge-" vorm die je gebruikt voor de voltooid tegenwoordige tijd (gemacht, gegangen). Ook dit is bijna hetzelfde als in het Nederlands.
- kochen ➔ gekocht (gekookt)
- reparieren ➔ repariert (gerepareerd)
Wat betekent het: De actie is gebeurd MET het object. Het is een voltooide toestand.
Voorbeelden
- Das gekochte Ei. (Het gekookte ei - iemand heeft het gekookt).
- Das reparierte Auto. (De gerepareerde auto).
- Die geschlossene Tür. (De gesloten deur).
Vergelijking:
- Der kochende Chef (Partizip I: De chef is nu aan het koken).
- Die gekochte Suppe (Partizip II: De soep is al gekookt).
3. Het "Duitse Broodje" (Uitgebreide bijvoeglijke bepalingen) sandwich 🥪
Hier laat het Duits zien wat het kan. Je kunt een hele mini-zin IN de bijvoeglijke bepaling proppen. In het Nederlands doen we dit ook wel eens, maar het klinkt vaak wat formeler.
Nederlands: De [het boek lezende] man...
Duits: Der [das Buch lesende] Mann...
Hoe bouw je het op:
- Begin met het lidwoord (Der).
- Stop alle extra informatie erin (das Buch, auf dem Sofa, gestern).
- Eindig met het deelwoord + uitgang (lesende).
- Eindelijk het zelfstandig naamwoord (Mann).
Meer voorbeelden:
- Das [auf dem Tisch stehende] Glas. (Het op de tafel staande glas).
- Die [von meiner Oma gestrickten] Socken. (De door mijn oma gebreide sokken).
FAQ 🙋
V: Kan ik ze als bijwoord gebruiken?
A: Ja! Als je ze niet voor een zelfstandig naamwoord zet, hebben ze geen uitgang nodig.
- Er rannte lachend weg. (Hij rende lachend weg).
- Er kam gestresst nach Hause. (Hij kwam gestrest thuis).
V: Zijn er onregelmatige Partizip I-vormen?
A: Bijna nooit! Zelfs onregelmatige werkwoorden gedragen zich hier goed. Sein ➔ seiend. Tun ➔ tuend.
Veelgemaakte fouten ⚠️
- ❌ Actief/Passief verwisselen: Der gekochte Chef (De gekookte chef... au!) vs Der kochende Chef (De kokende chef). Wees voorzichtig!
Nu kun je adjectieven uit het niets creëren! Gebruik deze kracht verstandig. 🧙♂️
Zie ook...
- Adjectiefuitgangen — Hoe je ze verbuigt.