verb
onderscheiden, uit elkaar houden, het verschil zien
B1
unterscheiden betekent ‘onderscheiden’ of ‘uit elkaar houden’: verschillen herkennen. Het wordt vaak gebruikt met een aanvulling, zoals etwas von etwas unterscheiden of zwischen A und B unterscheiden. Sterk werkwoord: Präteritum unterschied, Partizip II unterschieden. Ook reflexief mogelijk: sich unterscheiden von.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er unterschied zwischen den beiden Optionen.
Hij maakte onderscheid tussen de twee opties.
Ich konnte keinen Unterschied unterscheiden.
Ik kon geen verschil onderscheiden.
Sie hat sich von den anderen unterschieden.
Ze onderscheidde zich van de anderen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
stel je twee heel vergelijkbare voorwerpen voor en een vergrootglas dat ze van elkaar scheidt om ze te onderscheiden.
Klinkt als «under-side-en» — stel je voor dat je onder het oppervlak kijkt om het verschil te zien.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Unterscheiden wordt vaak gebruikt met «zwischen» (onderscheid maken tussen) of «von» (iets onderscheiden van iets). Het is een sterk werkwoord met onregelmatige verleden vormen.