adjective
ongewoon, bijzonder, uitzonderlijk
B1
ungewöhnlich betekent ‘ongewoon’, ‘bijzonder’ of ‘niet alledaags’. Het is een gradabel bijvoeglijk naamwoord: ungewöhnlicher, am ungewöhnlichsten. Je gebruikt het attributief of predicatief, bijvoorbeeld eine ungewöhnliche Idee. Handig om iets opvallends of afwijkends te beschrijven.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Es war ungewöhnlich, dass die Bibliothek samstags geöffnet blieb, obwohl normalerweise keine Veranstaltungen stattfanden.
Het was ongebruikelijk dat de bibliotheek op zaterdag open bleef, hoewel er normaal gesproken geen evenementen plaatsvonden.
Das war ein ungewöhnliches Geschenk, das niemand erwartet hatte.
Dat was een ongewoon cadeau dat niemand had verwacht.
Seine Herangehensweise an das Problem war wirklich ungewöhnlich, aber effektiv.
Zijn aanpak van het probleem was echt ongewoon, maar effectief.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je iemand voor die iets raars doet op een formeel evenement — dat zou je ungewöhnlich noemen.
Denk aan ‘un-gewöh-nlich’ = ‘niet gewoon’ — ‘un’ + ‘gewöh’ (zoals ‘gaw’) om ‘niet normaal’ te onthouden.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Ungewöhnlich is trapbaar: ungewöhnlicher, am ungewöhnlichsten. Het is geen van een voltooid deelwoord afgeleid bijvoeglijk naamwoord.